Start

De Werkgroep

Historisch spreekuur

Foto van de maand

Nieuws

Winkel

Jaarverslagen

Aanwinsten

Vraag&antwoord

Links

Sponsors

Jaarverslag 1989

HET GALGEWEITJE door F.C. Groen.
Bij de bewerking van het oude Rechterlijk Archief van Wateringen, kwamen mij enkele copieŽn van akten onder ogen, die mij aan mijn jeugd deden denken.
Toen ik als jongen in de 20-er jaren opgroeide in de Wateringse buurt, die als "de nieuwe huizen" werd aangeduid, wist iedereen daar te vertellen, dat daar vlak in de buurt de galg had gestaan.

Het wijkje vormde de eerste uitbreiding van Wateringen. Het bestond in die tijd hoofdzakelijk
uit de eerste woningen van de Wateringse Bouwvereniging en de rij huizen van "Klaas de Zoete". Dat nieuwe wijkje werd begrensd door de Kerklaan, de Poeldijkseweg - nu Willem III straat - en Breeje-straat, zoals wij deze laatste straat noemden. 
Het bewuste stukje land, waar menige misdadiger - zo dachten wij - zijn leven verloren had, wisten wij precies aan te wijzen: aan de overkant van de Poeldijkseweg, op de hoek Kerklaan (thans Kerklaan 50). 
Wij kinderen die daar vlakbij woonden, vonden het eigenlijk griezelig, maar toch ook wel interessant om vlak bij die plek te wonen. Als je er aan dacht, speelden allerlei fantasieŽn door je hoofd. Eenmaal volwassen en meer geÔnteresseerd in de geschiedenis van het eigen dorp, kwam ik tot de ontdekking, dat er sedert eeuwen geen misdadiger in ons dorp was terechtgesteld en verwees dat galgeverhaal naar het rijk der fabelen.



De schrijver op moeders arm tegenover het z.g. -galgeveld

Maar toch... In het boek van Van Gulik (1) over de roofmoord, gepleegd op 27 december 1740 door Ary van der Leede, op zijn vroegere werkgeefster, de Wed. Trijntje van der Kley, boerin aan de Poeldijkseweg, is er sprake van een galgeveld. Het Gerecht van Wateringen en de baljuw van Delfland, Mr. Jacob van der Lely, veroordeelden de moordenaar ter dood. Het bleek dat Wateringen geen galgeveld meer had, ooit was het verkocht en nu behoorde aan een ander toe. Nu richtte men zich tot het stadsbestuur van Delft, met het verzoek stom gebruik te mogen maken van zijn galgeveld, welk verzoek werd ingewilligd. Als een misdadiger ter dood veroordeeld was - en daar was in die oude tijden niet veel voor nodig - werd het schavot of de galg voor het stadof rechthuis opgericht. De veroordeelde werd dan, ter afschrikking, in het openbaar terechtgesteld. Daarna werd het lichaam naar het galgeveld gebracht om aldaar op een rad gesteld of opgehangen te worden, totdat het door het gevogelte of de lucht verteerd was.

In dit geval vond de executie van Van der Lee, volgens het vonnis van 14 januari 1741, plaats voor het Rechthuis op het Dorpsplein. Vervolgens werd het lichaam naar het galgeveld in Delft gevoerd en aldaar op een rad en zijn hoofd en rechterhand op een staak geplaatst. Deze droevige vertoning had tot doel, kwaadwilligen van misdaden af te houden.

Hier volgt de bewuste akte uit 1741, aangepast aan de hedendaagse schrijftrant.
    Heden, de 10 de augustus 1741 verschenen voor
    Jan van der Spijk en Jacobus Corenbloem,
    schepenen van Wateringen:
    Jan Gijszn. van der Loos,             oud 83 jaar
    Jan Jacobzn. Brouwer,                 oud 77 jaar
    Engel Arendszn. van Spronsen,     oud 74 jaar
    Philip IJsbrandszn. Heemskerk,     oud 73 jaar
    Ary Corneliszn. Couwenhoven ,     oud 70 jaar
    allen wonende in dit ambacht.
Welke, op verzoek van de Heer Jacob van Thiel,  in kwaliteit van Baljuw van Wateringen,     hebben verklaard er zeker van te zijn, dat zij van hun ouders, zo lang als zij zich heugen, hebben gehoord, dat een zeker stuk weiland, groot 2  hond, nu behorende de Heer Van Wouw, gelegen op de hoek van de Kruisweg alhier, ten noorden en westen door een sloot gescheiden van het overige land van de voornoemde Heer Van Wouw, altijd genoemd werd het Galgeweitje, omdat een misdadiger die door middel van het koord ter dood gebracht was, daar werd opgehangen. En dat dat land door iedereen, zonder onderscheid, niet anders genoemd werd dan het Galgeweitje. De eerste getuige Jan Gijszn. van der Loos voegde er aan toe, dat in het jaar 1661 Isašck Knol, die toen baljuw van Wateringen was, op het genoemde Galgeweitje drie ossen geweid had. En dat hij van deze Isašck Knol een voet vlees van ťťn der geslachte ossen had gekocht.

Hiermee eindigen zij hun verklaring die zij te allen tijde, indien nodig, onder ede willen bevestigen.

Jan Gijsen is 83 jaar als hij met de overigen in 1714 deze verklaring aflegt. Ook hun ouders wisten zich niet te herinneren dat het weitje als galgeveld werd gebruikt. We mogen veronderstellen, dat zeker vanaf het einde der 16e eeuw het weitje voor een vrediger doel, het weiden van vee, gebruikt werd.

Is het niet verwonderlijk, dat door al deze eeuwen heen de herinnering aan dit Galgeweitje levendig is gebleven?

Kaart Kruikius, 1712. Detail kaartblad 8.

1) B. van Gulik: Geschiedenis van Wateringen en Kwintsheul. Uitg. Gemeente Wateringen,         1987, blz. 71 e.v.


Opm. 1: 2 hond - ca. 2800 m2

Opm. 2: De Kruisweg is de oude naam voor de Ambachtsweg.

Opm. 3: De Van Wouws waren regenten uit 's Gravenhage. Zij bezaten een buitenplaats aan het einde van de Ambachtsweg.