Start

De Werkgroep

Historisch spreekuur

Foto van de maand

Nieuws

Winkel

Jaarverslagen

Aanwinsten

Vraag&antwoord

Links

Sponsors

Jaarverslag 1990

De Oud en Nieuw Wateringveldpolder, door Corn.J.van der Doef.. 

Geografie
De Wateringveldpolders liggen van ouds in het Waterschap Delfland, binnen het toenmalige Ambacht van Wateringen. Omsloten door een waterboezem met name, in het noorden de Wateringsevaart, ten zuiden de Zwet, oostelijk de Reynerweteringen in het westen de Lange Watering. Op de scheiding van de 2 polders ligt de Dorpskade.
Totale oppervlakte 545 ha. of naar Middeleeuwse begrippen 40 Hoeven van 16 Morgen.
1 Morgen = 0,85 ha., 1 Hoeve = ontginningseenheid.

Land-ontginning
In de 12e eeuw bestond ons gebied nog uit een veenwildernis, vol kreken en poelen. De toenmalige graaf van Holland gaf deze bezittingen in erfleen aan zijn getrouwe vazallen voor bewezen diensten. Deze brachten hun verworven bezit in cultuur. De ontginningen vingen aan vanaf de duinstrook Monster - Wassenaar en de oudste strandwal op de lijn Voorschoten - Rijswijk - Poeldijk. Plaatsen waar nog strandwalresten aan de oppervlakte kwamen zijn nog terug te vinden op de grens van Wateringen- Rijswijk. En wel in de oude veldnamen ter plaatse zoals; Zandweg, (de huidige Noordweg), de Oost- en Westgeest Schilpweg en Endelzand. Zie kaart van Delfland van 1712. Eerst werden langsdijken aangelegd bij de grote vloedkreken: de Lee, Booma en de Gantel. Twee ons bekende dwarsdijken in de Gantel waren de "Oude Hoge Dijk" in Wateringen tussen het Groene pad en de Heulweg t.o. de Korte Noordweg en de "Zwartedijk" tussen Monster en Naaldwijk. Dan was de aanleg van een boezem van belang voor de waterafvoer.
In het begin werd op de natuurlijke buitenboezem geloosd, deze stond in open verbinding met de Maasmond.
Pas later, tijdens het inklinkingsproces, zijn de boezems bedijkt. Ook de rijzing van de zeespiegel,heeft daar invloed op gehad. De Noord- en Zuidboezem van het Wateringveld zijn oorspronkelijk natuurlijke waterlopen. Daarentegen zijn de Reynerwetering en Lange Watering gegraven kanalen. De laatste diende als ontginningsbasis tussen de Wateringveld- en de Broekpolders. Daarna kon worden ingepolderd door het graven van evenwijdige sloten. Het overtollige water kon men lozen via schutsluisjes in de boezem of buitenwater tijdens ebtij, tijdens vloed waren zij gesloten. De bodem van de Wateringveld bestond uit een meters dikke laag Hollandveen, ontstaan tussen 1800 en 500 v. Chr. Door de ontwatering trad inversie op en ging het veenpakket inklinken met als gevolg bodemdaling en natuurlijke afwatering werd onmogelijk. In het begin van de 15e eeuw verschijnt de windmolens deze kan de taak van de schutsluis overnemen en de latere hand-en paardenhoosvatmolentjes. Met wieken, windkracht en vijzel wordt het overtollige water in de boezen uitgeslagen, waardoor het inklinkingsproces nog sneller in gang wordt gezet. Het dikke veenpakket klinkt in, tot op sommige plaatsen 75 %. Dit betekent dat de polders nog dieper onder het zeeniveau (NAP) komen te liggen. De Nieuw-Wateringveldmolen stond aan de noordelijke Zwetdijk tegenover de Harnaschwetering, in de Oud Wateringveldpolder aan dezelfde dijk in de hoek tegen de Dorpskade. Math. de Been Weena tekent op zijn kaart van 1606 alleen de molen t.o. de Harnaschwetering. Op de kaart van Floris Balthasar anno 1611 vinden wij ook de molen aan de Dorpskade.

Op een kaart uit 1586 Is deze molen reeds getekend. De eerste ons bekende ontginner in de Wateringveld is Heer Ogier Utenhoecke. Hij wordt genoemd in een akte van het jaar 1249. Hij is gevestigd op een versterkte Hof of Curtis gelegen op een kleirug op de grens van Rijswijk en Wateringen. Deze Heer is de vader van Gerard van de Watering. Beide waren Ridder en gunsteling van de toenmalige Graaf van Holland. De naam Hoe(c)k(e) vinden we terug op de kaart van Delfland uit 1712 n.l. Hoekblok, een strook land langs de Reynerwetering, waar ook de Curtis stond, en nu de boerenwoning van de Hr. v.d. Wel aan het einde van de Bovendijk. Het 2de Hoekblok was gesitueerd in de Wippolder langs de Strijp. Dit blijken eindstukken te zijn van een ontginningsfase want de naam Blo(c)land betekent beloken- of restland. Deze Hoekblokken vormen samen met de hoekpolder een hoekvorm. Dit kan de naam Hoek verklaren, in deze context is het aannemelijk dat Ogier Uten Hoecke de Rijswijkerbroek, Plaspoelpolder en als laatste de Hoekpolder en Hoekblokken ontgonnen heeft waarna zijn zoon Gerard, de stamvader van het geslacht Wateringhe, zijn domicile vestigde "in die Poele", het gebied wat nu begrensd wordt door de Korte Noordweg, de Heulweg, de Kerklaan en de voormalige Oude hoge dijk, lopende van het Groene pad tot de Raaphorstbrug. Van daar uit zijn de Wateringveld- en Broekpolders ontgonnen, waarschijnlijk in de 13de eeuw.

VERVENING, DROOGMAKING en HERVERKAVELING
De volgende bodemdaling vond plaats in de 2de helft van de 18de en lste van de 19de eeuw. In deze periode zijn de Wateringveldpolders verveend en drooggemaakt. Octrooi voor vervening werd gegeven door Koning Frederik van Pruisen, toenmalig Ambachtsheer van Wateringen op 17 april 1748. De droogmaking van de Oud-Wateringveld geschiedde na Koninklijk besluit van 28 nov. 1845. De Nieuw Wateringveld na Kon.besluit van 25 nov. 1846. Op 30 okt. 1851 passeert de akte van verkaveling door Notaris Murray. In deze akte worden enkele veenbazen genoemd; Corn.Hoek, Corn. Pancras Persoon, (veenman en korenmolenaar), Pieter Abraham Pynacker Hordijk. Ten behoeve van de Droogmaking is de Bovendijk aangelegd als noordelijke begrenzing van de droogmakerij, de Middenweg is ook uit deze periode. Nadat het metersdikke veenpakket was afgegraven, dat gebruikt werd als brandstof> ontstonden er grote plassen en diepten die het laagste punt in de polders brachten op - 4.35 NAP. Om het overtollige water in de boezem te malen bouwde men aan de Dorpskade 2 extra molens en de Kulk (een lage boezem), om het water in 3 trappen op te malen. Na de vervening kwam de z.g. oude zeeklei aan de oppervlakte, afgezet door getijdestromingen in de Calaisperiode fase IV tussen 2800 en 1800 v.Chr. Een vruchtbare kalkrijke klei voor teel- en grasland. De huidige veldnaam "Kooiland" herinnert nog aan een voormalige eendekooi in de Oud-Wateringveld. Veldnamen die nog aan de vervening herinneren zijn: Bovenpolder, Essel in de Nieuw-Wateringveld en Zwarte plas in de Oud-Wateringveld.

Bronnen
Kaart van Delfland 1712 Nicolaas Kruikius.
Kaart van Delfland 16711 Floris Balthasar.
Kaart van Delfland 1606 Nath. de Been-Wleena.
Geologische kaart Nederland Kaartblad 37.
Waterstaatkundige kaart 1860 Rotterdam 1.
Prov.waterstaatskaart Z-H.nr.4 1973.
Archeologische kaart West Nederland, R.O.B. 1978.
Topografische kaart Ned. kaartblad 37.

Literatuur.
A.Beekman, Masemude, Kon. aardrijkskundig genootschap 1919.
H.Hardenberg, De Hofstede van Rijswijk, in Jaarboek Die Hage 1953.
Geschiedenis van het H.H.Delfland resp.door van Meylink, Dolk en Postma.
H.v.d.Linden, De Cope, Canaletto 1981.

Archieven.
Delfland archief.
Alg. Rijksarchief Den Haag.