Start

De Vereniging

Historisch spreekuur

Foto van de maand

Nieuws

Winkel

Jaarverslagen

Aanwinsten

Vraag&antwoord

Links

Sponsors

Jaarverslag 1993


De Hoeken en hun huizen.

Een belangrijke familie
Als geen andere heeft de familie Hoek een belangrijke rol gespeeld in het Wateringen van de 19de eeuw.
Nog steeds getuigen enkele karakteristieke huizen van haar nadrukkelijke aanwezigheid in onze dorpsgemeenschap.
Deze familie leverde Wateringen drie-burgemeesters.
Allereerst Cornelis Hoek. Hij was burgemeester (maire) In de Franse tijd van 1811-1814.
Zijn zoon, Petrus Martinus, was burgemeester van 1849 tot 1857, terwijl diens zoon Cornelis Petrus op zijn beurt in de voetsporen van zijn vader trad. Deze Cornelis vervulde dit ambt van 1857 tot zijn dood in 1892.

En wie heeft nog nooit gehoord van Harry Hoek, de zoon van burgemeester Petrus Martinus? Hij was bouwman op Suydervelt aan de Heulweg. Deze burgemeesterszoon was van grote betekenis voor de Westlandse tuinbouw. De gemeente heeft hem willen eren door een straat naar hem te noemen.

VESTIGING TE WATERINGEN

Oorspronkelijk kwam de familie uit Berkel. In het jaar 1793 vestigde Pieter Hoek zich met zijn gezin In Wateringen, waar hij het beroep van uurwerkmaker uitoefende.
De enige zoon Cornelis was 25 Jaar oud, toen bij met zijn vader in Waterinqen kwam wonen. Hij was een voortvarend en ontwikkeld man. Hij legde zich, gesteund door de veenman Cornelis van der Arend, toe op de veenderij.

In die tijd was men nog volop bezig met het uitvenen van de Wateringveldse polders. Daar men in die tijd turf gebruikte om de maaltijden te bereiden en de huizen te verwarmen, was dit een gewild artikel.
Wateringen kende enkele vermogende veenlieden, zoals Ary Tempel en Cornelis van der Arend, die grote stukken land in de Wateringse veenpolders bezaten. Het ging onze Cornelis voor de wind en binnen niet al te lange tijd was ook bij een kapitaalkrachtig man.

"MAIRE" CORNELIS HOEK

In 1795, bij de komst van de Fransen, kreeg de gemeente een ander bestuur. Voordien werd ons dorp bestuurd door de schout van Naaldwijk, bijgestaan door enkele Wateringse ingezetenen - schepenen - die door hem benoemd waren.
Schout en schepenen oefenden èn het bestuur èn de rechtspraak uit. In de Franse tijd kwam er een scheiding tussen deze twee zaken. De schepenen kregen nu alleen de taak van besturen . Nieuw ook was, dat zij gekozen werden door de gemeentenaren. Aan het hoofd van de gemeente stond de schout. Omdat het rechtspreken niet meer tot zijn taak behoorde, zou hij eigenlijk burgemeester genoemd moeten worden. Enige jaren later kende men dan ook deze naam aan het hoofd der gemeente toe.
De eerste "schout" was de Wateringse landbouwer Petrus Corneliszoon Duyvesteyn. Deze Duyvesteyn was geen beste keus. Bij was traag In het betalen van de door hem gekochte goederen. Hij handelde namelijk graag In onroerend goed.
Bovendien "vergat" bij meerdere malen de opgebrachte belastingpenningen die zijn gemeentenaren op hadden moeten brengen, in Den Haag af te geven. Dit leidde in 1805 tot de gijzeling van enkele van zijn schepenen. Zij bleven In verzekerde bewaring, totdat de belastingschuld van de gemeente was vereffend.
Toen deze wanbestuurder In 1811 met de Noorderzon vertrokken was, benoemde men de geslaagde veenman Cornelis Hoek als burgemeester, toen "maire" genoemd.

Met Cornelis Hoek had men een goede keus gedaan. Hij bestuurde zijn gemeente op een rustige en goede wijze.
Hij bewoonde het grote huis aan de overkant van de Wateringse Vaart. Het is het statige witte huis, gelegen op de boek van de Herenstraat en De Beemd.

Cornelis is maar enkele jaren burgemeester geweest: van 1811 tot 1814. Zeer tot ongenoegen van de Wateringse bevolking en de gemeenteraad, benoemde de goeverneur van de provincie in zijn plaats de onbekende Hendrik Momma. Hoewel het spreekwoord zegt, dat een profeet in zijn eigen land niet geëerd is, ging deze wijsheid niet voor Cornelis Hoek op. Men protesteerde bij de goeverneur, maar het mocht niet baten. Het pleit zeker voor de kwaliteiten van Cornelis Hoek, dat men hem In Wateringen niet wilde missen.

Wat de oorzaak van zijn vervanging geweest is, laat de geschiedenis ons in het ongewisse. Zeker moeten we deze vervanging zoeken in de zogenaamde restauratie: het terugkeren naar de oude tijden en zeden van voor de Franse revolutie.
Sindsdien leefde Cornelis als ambteloos burger en kon hij zich weer geheel wijden aan het vergaren van turf en familiekapitaal. Hij stierf In 1852 in zijn mooie huis aan de Herenstraat.
Het is waarschijnlijk dat zijn kleinzoon Cornelis, de derde Hoekburgemeester, dit huis na hem heeft bewoond. In 1892 werd het de woonplaats van burgemeester Van der Does de Willebois. In het Jaar 1908 veranderde de status van het huis. In plaats van burgemeestershuis werd het nu doktershuis. In dat Jaar namelijk vestigde zich in dit grote huis dokter Switzar. Daarvoor woonde deze arts op het Plein - later het huis van Piet "Vios". Eerst huurde hij het burgemeestershuis, later kocht hij het van mevrouw Van der Does de willebois.

In 1930 kwam dokter Switzar bij een verkeersongeluk op het Oosteinde om het leven. Na hen bewoonden respectievelijk de artsen Jansen en Reijkers In het vroegere burgemeestershuis.

VEILINGPIONIER HARRY HOEK

Een andere bekende telg uit dit geslacht was Henricus Johannes, beter bekend als Harry Hoek. Hij leefde van 1839 tot 1919. Zijn vader was de tweede Hoek-burgemeester: Petrus Martinus. Vader Petrus woonde in de Herenstraat in een aanzienlijk huis dat aan het einde van de vorige eeuw werd afgebroken om plaats te maken voor een postkantoor. Op zijn beurt kwam ook dit gebouw onder de slopershamer. Thans bevindt zich op die plek de VSB-bank.
Harry Hoek is vooral bekend geworden als de promotor van het veilingwezen. Als oprichter en voorzitter van de "Vereniging Westland" zette hij de tuinders aan om zich te organiseren en hun produkten via een veiling af te zetten. Ook wist hij de weerstanden bij de kooplui tegen de nieuwe wijze van kopen en verkopen te overwinnen.
Hij was een warm pleitbezorger voor de aanleg van een proeftuin en beijverde zich voor de vestiging van boerenleenbanken in de Westlandse dorpen. Door zijn afkomst, opvoeding en positie genoot hij een hoog aanzien onder de Westlandse bevolking.
Van beroep was hij bouwman en woonde op de historische boerderij Suydervelt aan de Heulweg. In het Jaar 1900, hij was toen 60 Jaar, besloot hij op te houden met het werk op de boerderij. Hij verkocht Suydervelt aan het Burgerweeshuis te 's-Gravenhage en vestigde zich aan het Dorpsplein In het huis dat thans in gebruik is als makelaarskantoor Van den Ende. Nu kon hij zich geheel wijden aan het welzijn van zijn eigen gemeente - die hij diende als wethouder - en de belangen van de Westlandse tuinbouw.

Toen Harry Hoek In 1919 stierf, bleef zijn ongehuwde zoon Dorus daar wonen. Dorus was werkzaam als kassier bij de bekende busonderneming "Vios" van Piet Lipman. In de oorlog moest hij, evenals zovele oudere Wateringers, zijn dorp verlaten om plaats te maken voor de evacué's uit 's-Gravenzande, slachtoffers van de bouw van "Festung Holland". Dorus overleed in 1945 op zijn evacuatie-adres "Huize Westhof" in Rijswijk. Zijn huisgenoot, George Terlaak, bekend om zijn werk voor de protestantse gemeenschap, die ook wijken moest, kwam om bij het bombardement op het Bezuldenhout in 's-Gravenhage.

Na de oorlog vestigde zich in hun huis aan het Plein de familie Klemann. Enige Jaren daarna richtte een zoon het huis als boekwinkel in. De eerste boekhandel In Wateringen!

DAVID HOEK, DE MOLENAAR

Een eerbiedwaardige verschijning in het vroegere Wateringen was David Hoek, de korenmolenaar. Eigenlijk heette hij Johannes David, maar Iedereen kende hem onder zijn tweede voornaam. Een imponerende verschijning met zijn volle baard. Het evenbeeld van de vroegere Zuidafrikaanse president Paul Kruger.
Voor de Phoenix was hij een belangrijk man. Hij was namelijk penningmeester van dit muziekgezelschap. Op menige foto gemaakt van de muzikanten, is hij dan ook te vinden.
Hij was een zoon van Cornelis Pieter Hoek, de derde burgemeester uit het Hoekenqeslacht. Zijn grootvader van moederszijde was Cornelis Pancras Persoon, de molenaar die in 1869 op de plaats van de oude, de huidige molen liet bouwen.
David nam de molen van zijn grootvader over en vestigde zich met zijn huishoudster - hij was niet getrouwd - in het toen nog betrekkelijk nieuwe molenhuis.
Op 1 mei 1930 deed hij de molen over aan Cornelis Bom en ging zelf wonen in de Herenstraat, In het blokje van drie huizen naast de Laan van Sint Jan. Ook daar bleef hij een bekende en geziene verschijning.
Hij overleed op 17 juli 1936 op de leeftijd van 75 jaar.

CORNELIS HOEK, BOER AAN DE HEULWEG

Cornelis Hoek was evenals David, de molenaar, een zoon van de derde burgemeester Cornelis Petrus Hoek. Hij was bouwman en woonde op de oude boerderij aan het begin van de Heulweg. Het was een prachtig gebouw, lommerrijk gelegen aan de overzijde van de Vaart.
Het is thans de gewoonte, dat er trouwfoto's gemaakt worden in het Hofpark of een ander uniek plekje. ook in vroeger Jaren zocht men voor zo'n statiefoto een mooie plek. Graag nam men daarvoor het erf van de boerderij van Kees Hoek met als achtergrond het huis. De schilderachtig gelegen boerderij lag namelijk dicht bij het gemeentehuis, maar het huwelijk voltrokken werd. De hele bruiloftsstoet ging dan de brug over om voor de fotograaf te poseren.
Daar Cornelis Hoek en zijn vrouw Apollonia Helderman geen kinderen hadden en van hun rust wilden genieten, verkocht Cornelis in 1934 de boerderij aan een verzekeringsmaatschappij.
Deze verzekeringsmaatschappij verpachtte de boerderij aan J.A van der Winden. In verband met de uitbreiding van Wateringen moest, helaas, de boerderij verdwijnen. Thans staat op de plaats van de voorheen zo rustieke boerderij de Rabo-bank.
De oude boer Cornelis Hoek bleef In Wateringen wonen. Hij stierf in het sombere oorlogsjaar 1944.

HET HOGE HUIS

En dan is daar nog het Hoge Huis! Ooit was het een grote boerderij, gelegen aan het einde van de Herenstraat, schuin tegenover de Sint Jan de Doperkerk. Hier woonde in de 19de eeuw Petrus Josephus Hoek.
Deze Petrus was een zoon van de tweede Hoek-burgemeester en dus een broer van tuinbouw-pionier Harry Hoek.

Het Hoge Huis
In het Jaar 1890 brak er, naar men zegt brand uit in de stal. Deze werd door het vuur geheel verwoest. Daar Petrus de stal toch niet meer in gebruik had, liet hij op de plaats ervan een rij van zes flinke huizen bouwen met het doel ze te verhuren. Het Hoge Huls zelf en de aangebouwde huizen doen nog steeds dienst en zijn het aanzien alleszins waard.
Toen Petrus In 1902 stierf bleef de weduwe daar met zoon Theo, dochter Adriana en kleindochter Anna wonen. Theo was tuinder en had met Willem Bom een tuin aan de Bovendijk.
Compagnon Bom vestigde zich in de twintiger Jaren met zijn gezin In een gedeelte van het grote huis.
Moeder stierf in 1925 op 90-jarige leeftijd. De overgebleven huisgenoten, alle drie ongehuwd. bleven er wonen. Langzamerhand werd het stil In het Hoge Huis. Uiteindelijk zou Antje alleen overblijven. In 1941 overleed haar oom Theo. Na hem, ook in die donkere bezettingstijd in 1943, haar tante Sjaan. Nog 24 Jaar woonde zij alleen In haar gedeelte van het huis. In 1967 verliet zij Wateringen om haar dagen te gaan slijten in een rusthuis in Bergen op Zoom. Daar overleed zij in 1978, waar op haar wens werd zij te Wateringen in het familiegraf aan de Julialaan begraven.
Van de omvangrijke familie Hoek wonen er in Wateringen geen afstammelingen meer. Antje van het Hoge Huis was de laatste.

F.C.Groen.


Fragment genealogie. Personen genoemd in dit artikel
Geraadpleegde literatuur :
B.van Gulik : Stamreeks van de familie Hoek
A.van Rutte : Oud Nieuws
F.C. Groen : Een gijzeling In 1805 (Jaarverslag 1979 van de-Gemeente Wateringen)

Het dank aan : De heren A.F. van Zwet en L.Zwinkels die mij hielpen mijn geheugen op te frissen.