Start

De Werkgroep

Historisch spreekuur

Foto van de maand

Nieuws

Winkel

Jaarverslagen

Aanwinsten

Collectie

Vraag&antwoord

Links

Sponsors

Vraag & Antwoord

 

In de rubriek Vraag & Antwoord kunnen al onze leden, donateurs en andere geïnteresseerden in de Wateringse en Heulse geschiedenis hun vragen kwijt. Zoekt u informatie voor uw stamboom, uw geboortehuis, uw lagere school of wat dan ook, stel dan uw vraag via info@oud-wateringen.nl

Wij plaatsen uw vraag op onze website en in het Kwartaalbericht. Antwoorden kunnen gegeven worden via info@oud-wateringen.nl of door een briefje te sturen (Postbus 170, 2290 AD Wateringen) en worden ook op de website geplaatst.


VRAAG 06-01
Olga Remmerswaal-Schreuder is op zoek naar informatie over haar vader W.C.L. Schreuder gedurende de oorlogsperiode 1943-1945. Hij werkte in de laatste oorlogsjaren voor de Binnenlandse Inlichtingendienst en voor de ondergrondse in Wateringen. Hij heeft hier nauwelijks iets over verteld, maar uit zijn nagelaten papieren is de familie te weten gekomen, dat er niet over verteld mocht worden. Hij bracht o.a. kinderen uit de Randstad naar Friesland in een Rode-Kruisbus. Dit komt uit de mondelinge overlevering van zijn vrouw en het staat met trefwoorden in haar dagboekje. Wij zouden graag meer over de heer Schreuder in deze periode willen weten. Namen van mogelijk belang zijn: H. van Rinsum (commandant Organisatie "G" M.I.D. District V), L.Bos (bureau voedselcommissaris Zuid-Holland), C. Schungel (Kwartier Commandant NBS Loosduinen). Deze namen kwamen in de papieren voor. Van de heer Schungel weten we dat hij inmiddels is overleden. Mogelijk van belang kan zijn dat de vader van zijn vrouw, H.C.Motshagen, als onderofficier KNL, ingekwartierd is geweest in Wateringen. W.C.L. Schreuder heeft van 1945 tot 1951 gewerkt op de Boerenleenbank in Kwintsheul en zijn vader was hoofdonderwijzer in Honselersdijk.

W.C.L.Schreuder rond 1950

VRAAG 06-02
Hans Duyvestijn wil voor zijn stamboomonderzoek meet te weten komen van Jan Hendrickxz Duijvesteijn, die in 1573 werd benoemd tot secretaris en gerechtsbode van Wateringen. In die tijd was ook een Duyvesteynse Blok in Wateringen, ongeveer tussen de huidige Noordweg, De Rhijenhof, Erasmusweg en Ambachtsweg, en de vraag is of dat iets met die familie te maken heeft.

VRAAG 06-03
Corrien van der Vet vraagt wat er bekend is van de familie Leen en Jan Helderman die gewoond hebben op de boerderij aan de Poeldijkseweg (nu nummer 13).

VRAAG 06-04
Op de site van het Haags Gemeentearchief staat een foto als zoekplaatje van een dansende beer. Volgens het bijschrift zou de foto gemaakt kunnen zijn op het Oosteinde. Wie weet iets van waarschijnlijk rondtrekkend kermisvolk dat met zo’n zielenpoot voorstellingen gaf.

VRAAG 06-05
De familie Van Zeijl is op zoek naar foto's van het gemeentelijk monument Heulweg 141, de oude woning van melkboer Van Zeijl. De woning wordt op dit moment gerestaureerd en de hoop is om met behulp van foto's zo veel mogelijk oude details in stand te kunnen houden. Vooral foto's van de zijkanten en achterkant worden gezocht.

VRAAG 06-06

Enige tijd geleden heeft een van onze leden in een berg opgegraven grond in Wateringse Veld (voorheen Wateringen) een ijzeren 'schoen' gevonden. De eerste gedachte is dat het een leest is, waarmee schoenen worden vormgegeven. De afmetingen zijn 28 cm lang, 7,5 cm breed en 11,5 cm hoog. Het gewicht is ongeveer een kilo.
Dit voorwerp roept veel vragen op. Natuurlijk wat is het, hoe oud is het, waar komt het oorspronkelijk vandaan en ga zo maar door.
Inmiddels heeft de Rijswijkse archeoloog Hans Koot ook een blik geworpen op het object. Zijn eerste indruk is dat het net zo goed enkele tientallen jaren oud zou kunnen zijn. In plaats van een leest kan het ook een beschermkap zijn of zelfs een onderdeel van de bumper van een Amerikaanse luxe wagen.


VRAAG 06-07

Wij zoeken voor de huidige bewoner foto's van Bovendijk 5 (Kwintsheul), waar eertijds Van Wingerden een druiventuin had. De woning dateert waarschijnlijk uit het begin van de jaren twintig.
 


VRAAG 08-01

Sedert lange tijd doe ik onderzoek inzake de familie Janknegt, mijn tak stamt uit kwintsheul alwaar mijn vader Teunis Janknegt geb. Monster (Kwintsheul) 1818 noverl. Naarden 1984 als zoon van Pieter Johannes (Piet) Janknegt (1880-1922 Monster (Kwintsheul)) en Aagje Bakkenes 1883-1970. Pieter Johannes Janknegt was stalhouder te Monster(Kwintsheul) en exploitant van de paandenomnibus.

 
Pieter Johannes Janknegt is een zoon van Arie Jacobszn. Janknegt timmerman en aannemet te Kwintsheul (1843-1924) woonde aan de Dorpstraat 116 gehuwd met Willemina Scheffer (1852-1947).vroedvrouw. Arie zijn vader Jacob was eveneens timmerman te Wateringen (Kwintsheul) en diaken van de nh kerk te Wateringen 1862-1866. Het gezin van Are Janknegt woonde o.a.aan de Dorpstraat 116, later Heulweg 116 vermoedelijk daarna vernummerd naar Heulweg 165.
 
Arie Jacobszn. Janknegt (1843-1924 had een timmermansbedrijf zijn zoon Jacobus Pieter Janknegt (Jaap)(1877-1953)) sticht op 17-02-1924 een timmermansbedrijf onder de naam Fa:;Janknegt tevens is in het bedrijf werkzaam zijn oom Cornelis Jacobus (Kees) Janknegt (1853-1952) beide waren ongehuwd en verkochten het bedrijf in 1974 aan de fa: Jongerius.
 
Omtrent deze familie hab ik enige vragen, inzake het navolgende:
 
1e Pieter Johannes Janknegt, stalhouder en exploitant van de paardenomnibus, was eigenaar van twee huizen o.a. een huis met werkplaats en erf te kwintsheul gem. Monstersectie K nos. 1225, 1752, 2235 en 2324 en een drogerij met erf gelegen onder Kwintsheul sectie C no 1333 gelegen aan de Lange Wetering. mijn vraag is of er foto's van de opstallen op deze percelen zijn.
2e.De paardenomnibus gaf in het verleden nogal wat problemen, mede daar er meerdere ondernemers geweest zijn die zonder succes de omnibusdienst exploiteerde, zijn er nog oude foto's van de paardenomnibus.
3e. Wat is er bekend over het timmerbedrijf Janknegt tussen 1868 en 1930
4e Willemijntje Janknegt-Scheffer, de vroedvrouw te Kwintsheul, wat is er van haar bekend.
 
Bovenstaande vragen in verband met o.a. een onderzoek mijnerzijds naar de paardenomnibusdiensten Wateringen Rijswijk en het timmermansbedrijf Janknegt over de periode 1850-1977.
 
Wilt u deze vraag opnemen in uw vragenrubriek, mogelijk hebben enige leden of belangstellenden enige informatie.
 
Met vriendelijke groet,
 
Ton Janknegt,
 

VRAAG 10-01

Hallo mensen
Ik ben werzaam bij een bedrijf aan de Hooghe Beer in Kwintsheul.
Nu vragen wij ons af hoe deze straat aan zijn naam komt.
Misschien heeft U daar een verklaring voor.

Kees Bouwmeester, Wateringen

ANTWOORD 10-01

Hooghe Beer (1) was letterlijk een hooggelegen kavel land dat haaks lag tegen de dijk van het boezemwater de Zweth en de daar loodrecht achtergelegen Zijde- of Monsterwatering.
De kavel lag in de Heulse droogmakerij die was uitgeveend en sinds 1883 drooggelegd en ingepolderd is (zie kaart).
Het octrooi tot vervening is verleend bij Koninklijk Besluit van 23 september 1830. Het moest binnen 60 jaar voltooid zijn. Het verveende gebied strekte zich uit van de Bult in het noorden, langs de Lange Wateringkade tot aan de Zweth in het zuiden.

De verveners waren aan strenge regels gebonden i.v.m. de boezemdijken. Deze mochten niet verzwakt worden en daarom was men verplicht een aantal roeden langs de boezemwateren niet te vervenen om het doorbreken van de dijken te voorkomen.
Na het vervenen was het maaiveldniveau soms ruim 4 meter onder het zeepeil (NAP) gedaald, dus moesten de boezemdijken extra versterkt worden. Het Hoogheemraadschap Delfland zag daar streng op toe, zij was en is verantwoordelijk voor de waterhuishouding.
Het veen werd gedroogd en als turf verkocht. Deze diende als brandstof voor ambacht, industrie en de verwarming van huis en haard.

Het bedoelde kavel is ook gebruikt als grondopslag om de afgegraven kleilaag die op het veen lag te deponeren. Uit mondelinge overlevering weten wij dat de kavel ook gebruikt is als legakker voor het drogen van turf. De gekozen plaats zal mede bedoeld zijn als extra dijkversterking.

De Hooghe Beer is vermoedelijk eerst verveend, daarna is de kleilaag die op het veen lag gedeponeerd. Het hoogteverschil tussen de droogmakerij en de Hooghe Beer bedroeg maar liefst ruim 5 meter.
De oostelijke helft van de huidige laan 'Hooghe Beer' ligt midden in de voormalige droogmakerij.

Noten
(1) Beer heeft een aantal betekenissen n.l. roofdier, mannelijk varken, mest of gier, stormram. In dit geval heeft het de betekenis van steunbeer zoals deze ook te zien zijn als extra steunen aan de buitenzijde van kerken en oude fruitmuren.

Literatuur
Het bruine Goud, turfgravers in Nederland, Sietse van der Hoek, Elsevier 1984
Polders en droogmakerijen, A.A. Beekman, 's-Gravenhage 1907
Handboek der middelnederlandse geografie, L. Ph. C. van den Bergh, 's-Gravenhage 1949


Bijlagen

Detail van het Kaartblad 37 B van de Topografische dienst te Emmen, uitgegeven 1973.
Schets van de locatie Hooghe Beer.

Cornelis J. van der Doef
februari 2010
 


VRAAG 13-01

Ik onderzoek de stamboom van de Westlandse familie Meijer, afstammelingen van een Duitse Hollandganger. Een van zijn nazaten is
Francina Meijer, geboren in Naaldwijk op 15.09.1883. Op 24.08.1907 trouwde zij in Monster met Leen (Leonardus Hubertus)
Buijs. Hij was geboren in de gemeente Monster op 13.04.1885 als zoon van Jan (Johannes Hermanus) Buijs en Adriana Schats.
Deze Jan Buijs was koopman in groenten en bezat een inmaakfabriek in Kwintsheul.

Zijn zoon Leen kreeg tussen 1910 en 1919 zeven kinderen. Verder kan ik van dit gezin niets vinden. Nu heb ik recent ergens gelezen
dat ene Leen Buijs in 1919 met zijn gezin naar Duitsland trok om in Düsseldorf het Hansa Hotel te gaan runnen. Het gezin schijnt in
Duitsland gebleven te zijn en kregen daar weer nazaten.

Weet iemand meer over deze Leen Buijs (en zijn vrouw Francina Meijer) Ik ben erg benieuwd naar dit ontbrekende puzzelstukje uit
mijn familiegeschiedenis.


Jan Meijer, Den Haag

ANTWOORD 13-01
From: "Ben Gardien"
Sent: Sunday, February 22, 2015 5:45 PM
To: <info@oud-wateringen.nl>
Subject: Vraag van Jan Meijer uit Den Haag

Ben zelf kleinzoon van een zus van Francien Meijer. In de vijftiger jaren heb ik Mettmann gelogeerd bij 'tante Sien' Buys-Meijer,
haar man was toen reeds overleden. Leen Buys heeft op het einde van de oorlog de Poeldijkse kapelaan van Zeyl, welke in
Amsterdam gevangen genomen was, uit handen van de bezetter weten te krijgen.

Ben Gardien, Poeldijk
VRAAG 17-01

Beste Werkgroep Oud-Wateringen,

Mag ik in verband met biografisch onderzoek naar jhr. mr. François Daniel Changuion (1766-1850) de volgende vraag aan u voorleggen?

Op 1 december 1819 deponeerde de Haagse advocaat mr. Jeremias Cornelis Faber van Riemsdijk bij notaris Jan Denick Patijn in Wateringen een onderhandse
volmacht van jhr. mr. François Daniel Changuion, oud-ambassadeur bij de Verenigde Staten van Noord-Amerika. In dat stuk stelde Changuion Faber van Riemsdijk
aan tot zijn algemene gevolmachtigde. Op 2 december 1819 verklaarde Faber van Riemsdijk in een akte bij de genoemde notaris namens zijn principaal o.m. dat deze
schulden had aan de firma Van Eeghen & Co. in Amsterdam (f 23.000), aan Arij Pijnacker Hordijk, koopman te Hondsholredijk (f 5560), aan Jacobus Struijck van
Bergen, schout-secretaris te Wateringen (f 4518), aan Fredrik Lehmer, kastelein in de Plaats Royaal in Den Haag (f 1090) en aan Jan Baptist Mersie, koopman in
Den Haag (f 1700).

Changuion, die in 1813 onder Gijsbert Karel van Hogendorp een rol had gespeeld bij de vestiging van het koninkrijk en daarvoor in 1815 in de adelstand was verheven,
was in die tijd in zulke financiële moeilijkheden dat hij wissels vervalste om aan geld te komen. Hij werd daarvoor in 1823 bij verstek veroordeeld en in 1825 als edelman geschrapt.

Een van die valse wissels (wissels waren in die tijd een veel gebruikt betalingsinstrument) zou aan de genoemde schout van Wateringen zijn overgedragen en deze zou op
basis daarvan tenonrechte geld aan Changuion hebben uitbetaald.

Mijn vraag is of de leden van uw werkgroep bij hun historisch onderzoek misschien gegevens zijn tegengekomen over Changuion en over deze zaak.

Met vriendelijke groeten,

Kees Briët